Noordhoff Uitgevers

Katten

In veel Nederlandse huizen lopen katten rond. Dat is niet zo gek, want katten zijn gemakkelijke huisdieren. Ze spelen, eten, zitten op je schoot of liggen te slapen. Veel meer dan voeren en aaien hoef je niet te doen, zolang je kat gezond is. Je kunt van een kat ongeveer vijftien jaar plezier hebben. Sommige katten struinen de hele dag op straat of in de tuin. Andere liggen het liefst een beetje te suffen op de bank. Van zulke katten kun je je haast niet voorstellen dat ze verre familie zijn van leeuwen, tijgers en panters. Toch is het zo. De kat die wij als huisdier kennen, stamt waarschijnlijk af van de wilde kat die in Noord-Afrika leeft.

De lynx is een wild familielid van de kat.

Jager en huisgenoot

Ongeveer 5000 jaar geleden begonnen de Egyptenaren met het temmen van wilde katten. Ze lieten de katten muizen en ratten vangen. Deze dieren verspreidden nare ziektes zoals de pest. De bewondering van de Egyptenaren voor katten was groot. Ze bouwden zelfs tempels om de dieren in te begraven. Later kwamen er ook in Europa getemde katten. Sommige mensen vonden het leuk om katten te fokken. Zo ontstonden meer dan honderd verschillende rassen. Raskatten hebben bijzondere eigenschappen. Denk maar aan de Siamees. Die kat herken je aan zijn slanke lijf, zijn kleur en zijn hoge poten. De meeste katten zijn kruisingen van verschillende rassen. We noemen deze katten straatkatten, al zie je ze vaak binnen.

Alle katten stammen af van roofdieren. Dat kun je zien aan hun lichaamsbouw en hun gedrag. Zo kunnen katten zeer goed zien en horen. Met de zachte kussentjes onder hun pootjes kunnen ze hun prooi muisstil besluipen. Ze kunnen de prooi goed vasthouden met hun scherpe, kromme nagels. Hij kan onmogelijk ontsnappen. En de vlijmscherpe tanden zorgen voor de rest. Een prooi kan een muis zijn of een vogeltje. Katten gaan hier soms naar op zoek, ook al hebben ze hun voerbakjes in de keuken staan. Toch gebeurt dit alleen als een kat het jagen van zijn moeder heeft geleerd. Want het jachtgedrag van katten is niet aangeboren, maar aangeleerd.

Katten krijgen vaak meerdere jongen.

Behalve jagen hoeft moeder haar kittens niet veel bij te brengen. Ze is wel heel lief voor haar jongen. Ongeveer acht weken lang voedt ze de jonge poesjes met moedermelk. Daarna kunnen ze zelfstandig leven. En waar is vader? Die moet uit de buurt blijven. Poezen vinden katers eigenlijk alleen interessant als ze krols zijn. Als een poes krols is, wil ze in verwachting raken. Dit gebeurt in het voor- en najaar. Na 65 dagen kan er al een nest zijn van wel zes jonge poesjes. In het wild zou een deel van zo'n nest niet overleven. Maar huiskatten hebben het makkelijker. Die worden niet opgegeten door grotere roofdieren. Er zijn dan ook te veel katten in Nederland. Daarom laten veel mensen hun poes steriliseren door de dierenarts. Of ze laten hun kater door de dierenarts castreren. Poezen en katers worden dan onvruchtbaar. Dat is beter dan ze een nestje te laten maken waar geen onderdak voor is.

Details en informatie

  • Titel: Katten
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: ic036
  • Niveau: 3
  • Siso: J 634.32