Noordhoff Uitgevers

Kijken door een microscoop

Microscoop betekent letterlijk: het kleine zien. Door een microscoop kun je dingen zien die je met het blote oog niet kunt zien. De meeste scholen hebben microscopen. Misschien mag je er één een weekendje lenen. Je kunt dan dingen gaan bekijken. Zandkorrels bijvoorbeeld, of stuifmeel van planten. Als je het leuk vindt, kun je gaan sparen voor je eigen microscoop. Want zo'n instrument is niet goedkoop. De microscoop is bij toeval uitgevonden. Een zoon van een brillenmaker hield vierhonderd jaar geleden twee oude glazen achter elkaar. Hij zag er een spinnetje door, maar de glazen vergrootten de spin. Daardoor leek het een enorm monster.

Het is leuk om op te schrijven wat je ziet. Zo kun je dingen vergelijken.

Ingewikkeld instrument

De bekendste microscoop is de optische microscoop. Die is gemakkelijk te gebruiken. Hij is klein en je kunt hem meenemen. De meeste optische microscopen vergroten vijftig tot duizend keer. De belangrijkste onderdelen van een microscoop zijn de lenzen. Een lens is een speciaal geslepen glas. Maak een stuk glas bol en alles wat je erdoor ziet, wordt groter. Twee lenzen achter elkaar vergroten nog meer. Maar dan moet je ze precies op de goede afstand van elkaar houden. Een optische microscoop vergroot alleen met lenzen. Er zijn nog veel grotere en ingewikkelder microscopen. Die neem je niet zomaar even mee. Aan sommige microscopen is allerlei apparatuur gekoppeld, zoals monitoren en computers.

Door de uitvinding van de microscoop konden er allerlei ontdekkingen worden gedaan. Louis Pasteur was een Franse wetenschapper. Hij leefde van 1822 tot 1895. Hij vond op een dag een restje oude melk in een kan. De melk was zuur geworden. Hij legde een druppel zure melk onder de microscoop en zag beestjes krioelen: bacteriën! Pasteur ontdekte dat bacteriën ook in eten zitten. En als ze er te lang in zitten, bederft het eten. Hij bedacht een manier om de bacteriën weg te krijgen. Verhitten tot zeventig graden werkte het best. Zo bleven de voedingsstoffen bewaard, maar gingen de bacteriën dood. Dit verhitten werd naar Louis Pasteur genoemd: pasteuriseren. Het gebeurt nog steeds, kijk maar eens op een melkpak.

In ziekenhuizen wordt heel veel met microscopen gewerkt. In een laboratorium van een ziekenhuis wordt van alles bekeken: bloed, plas, poep en spuug. Daaraan kunnen artsen zien of iemand ziek of gezond is. Bij operaties aan kleine of heel kwetsbare delen van het lichaam kijkt een chirurg (zeg: sjierurg) door een microscoop. Bijvoorbeeld bij een hersenoperatie. Dat heet micro-chirurgie. Soms wordt er een microscoop gebruikt waar meer mensen tegelijk doorheen kunnen kijken. Andere chirurgen kunnen dan de opererende chirurg advies geven. Een chirurg kan ook een videocamera op de microscoop aansluiten. Dan kunnen studenten in een andere ruimte meekijken. Zo leren ze hoe ze later zelf kunnen opereren.

Microscopen worden ook gebruikt voor bloedonderzoek.

Details en informatie

  • Titel: Kijken door een microscoop
  • Auteur(s): Marion de Graaff
  • Nummer: JC158
  • Niveau: 2
  • Siso: J 536.1