Noordhoff Uitgevers

Mensapen

Op de hele wereld leven ruim 180 soorten apen. Gorilla's, chimpansees, orang-oetans, bonobo's en gibbons lijken het meest op mensen. Daarom worden deze soorten mensapen genoemd. Mensapen hebben geen staart. Ook hebben ze een kortere rug en een breder lijf dan andere apensoorten. Ze kunnen net als mensen rechtop lopen. Maar ze doen dat lang niet altijd. De orang-oetan en de gibbon slingeren het liefst door de bomen. Hun lange armen zijn daar heel geschikt voor. De grootste mensaap is de gorilla. Vooral de 'zilverrug', het volwassen mannetje, ziet er indrukwekkend uit.
Gorilla's zien er nogal woest uit, maar het zijn rustige, vriendelijke dieren. Ze leven van bladeren en vruchten.
Net als mensen zijn mensapen intelligent. Ze leren graag en snel. Ze gebruiken zelfs gereedschap. Bijvoorbeeld een stok om een banaan uit het water te vissen.

Een zilverrug.

Leven in groepen

Alle mensapen, behalve de orang-oetan, zijn echte groepsdieren. In een groep bestaat een bepaalde rangorde. Het ene dier heeft een hogere rang dan het andere. Dieren met een lage rang behandelen hogergeplaatste dieren met eerbied. Ze laten hen bijvoorbeeld voorgaan bij het eten en drinken.
Bij iedere mensapensoort zijn de groepen verschillend. Gorilla's leven in een harem. Eén volwassen mannetje is daarin de baas over een aantal vrouwtjes en hun jongen. Hij doet alles om zijn familie te beschermen.
Het leven in een groep is gezellig en veilig. De groepsleden spelen en stoeien samen. Apen houden, net als mensen, ook van ruziemaken en knuffelen. Een heel speciale manier van contact met elkaar is het vlooien. Daarbij halen de apen vlooien en allerlei vuiltjes uit elkaars vacht.
Net als kinderen hebben de jongen van mensapen hun moeder lang nodig. Een chimpansee blijft tot zijn vijfde jaar bij zijn moeder. Ook daarna heeft hij nog lang een hechte band met haar. De moederaap leert haar jong alles wat het moet weten. Wat je wel en niet kunt eten, de groepsregels, en voor welke gevaren je moet oppassen.

Het gedrag van apen is uitgebreid onderzocht. Wetenschappers ontdekten dat mensapen elkaar, net als mensen, nodig hebben. Het zijn sociale dieren die voor elkaar zorgen. Als een van de apen in gevaar verkeert, zullen de andere hem proberen te helpen. Mensapen kunnen ook samenwerken. Chimpansees bijvoorbeeld, jagen in groepen op antilopen en andere zoogdieren. Behalve af en toe een vleesmaaltijd, eten chimpansees bladeren, zaden, vruchten en insecten.

Gibbons zingen om hun onderlinge band te versterken.

Bonobo's, dwergchimpansees, zijn lichter en leniger dan gewone chimpansees. De kleinste mensaap is de gibbon. Hij weegt tussen de vijf en tien kilo. Vergelijk dat eens met een gorilla. Die weegt tussen de negentig en honderdtachtig kilo! Gibbons zijn meer dan de helft van de dag bezig met eten zoeken. Slingerend aan hun armen, maken ze enorm grote sprongen van boom naar boom. Een kenmerk van gibbons is hun luide roep, die op zingen lijkt. Gibbonpaartjes zingen om te laten merken dat ze bij elkaar horen. En om andere groepen uit hun territorium te houden.

Het gaat niet zo goed met de mensapen. De mensen nemen steeds meer van hun leefruimte in beslag. Gelukkig zijn er ook speciale parken, reservaten, bijvoorbeeld in Indonesië. Daar kunnen de orang-oetans veilig rondhangen in hun eigen bomen.

Details en informatie

  • Titel: Mensapen
  • Auteur(s): Edith Schreuder
  • Nummer: IC091
  • Niveau: 3
  • Siso: J 598.94