Noordhoff Uitgevers

Motorcross

Snelheid, racen en hoge sprongen maken. Dat hoort bij motorcross. De motor waar je op rijdt is anders dan een motor die op de openbare weg rijdt. De crossmotor is aangepast aan het terrein waar geoefend wordt en waar ook de wedstrijden zijn. Dat circuit is modderig en kan erg glad zijn. Daarom hebben de banden van een crossmotor een speciaal profiel.
De eerste motorwedstrijden werden vanaf 1925 gehouden. Niet op een circuit, maar op paadjes door het bos. Na de Tweede Wereldoorlog werd er veel meer gecrost. Dat kwam omdat er in de oorlog veel motoren gebruikt waren in het leger. Na de oorlog waren deze motoren niet meer nodig, maar je kon ze wel prima gebruiken om mee te crossen.
In 1952 werd voor het eerst de Grand Prix [zeg: gran prie] gereden. Dit Europees kampioenschap werd later veranderd in een wereldkampioenschap.

Vanuit de lucht kun je pas goed zien hoeveel bochten er in de baan zitten. Er zijn in Nederland tientallen circuits.

De motorcrosser

Je kunt al op heel jonge leeftijd beginnen met motorcross. Je rijdt dan op een lichte motor. Hoe ouder je wordt, hoe groter en sneller de motor is waarop je mag rijden. Om een goede motorcrosser te worden, moet je niet alleen goed kunnen sturen, je moet ook een goede conditie hebben. Een goede conditie kun je opbouwen door naast het crossen andere sporten te doen, bijvoorbeeld zwemmen.
En natuurlijk is het handig als je goed kunt sleutelen. De crossmotor moet goed onderhouden worden. Als er een onderdeel kapot gaat, moet dat vervangen worden. Ook moet je regelmatig de ketting bijstellen, want die wordt tijdens het crossen langer.

Beschermende kleding

Je zou denken dat motorcross een gevaarlijke sport is, omat veel rijders allemaal tegelijk zo hard mogelijk over een hobbelig terrein rijden. Soms valt er een motorrijder, maar de blessures vallen mee. Dat komt omdat de rijders beschermende kleding dragen. Een helm natuurlijk, die is verplicht en moet goedgekeurd zijn. Ook een bodyprotector is verplicht. Veel crossers dragen ook een brede riem. Daarmee beschermen ze hun rug en nieren, want door al dat springen worden ze aardig door elkaar geschud. Ook dragen ze beschermers voor hun ellebogen en knieën. En ook speciale laarzen en handschoenen.

Een motorcrosser draagt een aantal beschermende kledingstukken. De crossbroek heeft leren stukken aan de binnenkant van de pijpen. De rijder bezeert zich dan niet aan de hete onderdelen van de motor.

Wedstrijden

Een motorcrosswedstrijd bestaat uit twee manches. De crosser die in beide manches de meeste punten gehaald heeft, wint de wedstrijd. Er zijn ook regels. Zo mag je bijvoorbeeld niet teveel lawaai maken. Daarvoor kun je straf krijgen. Of als je meer dan vijf minuten na de winnaar over de finish komt, tel je niet meer mee voor de uitslag. Een wedstrijd win je niet alleen door snel te rijden, maar ook door slim te rijden. Bijvoorbeeld als je een sprong maakt, moet je ervoor zorgen dat je niet te hoog en te ver springt. Dat ziet er wel spectaculair uit, maar door de lucht ga je langzamer.
Bij supercross wordt de wedstrijd in een stadion gereden. Met zand wordt er een circuit uitgezet. Voor het publiek zijn deze wedstrijden fijn, want zij zitten lekker droog en warm.
Bij een freestyle-wedstrijd gaat het niet om snelheid, maar om sprongen die zo hoog en spectaculair mogelijk zijn. Tijdens de sprongen wordt er gemeten hoeveel lawaai het publiek maakt. De crosser bij wie het meeste lawaai wordt gemaakt, wint de wedstrijd.

Details en informatie

  • Titel: Motorcross
  • Auteur(s): Pieter Schouten
  • Nummer: IC357
  • Niveau: 3
  • Siso: J 618.62