Noordhoff Uitgevers

Oceanen

Oceanen zijn onvoorstelbaar groot en diep. De grootste oceaan is groter dan al het land op aarde bij elkaar! En de diepste plek is ongeveer 11 kilometer diep. De oceaanbodem bestaat uit vlaktes, bergen en diepe dalen. Die zijn gevormd door bewegingen van de aardkorst. Doordat stukken aardkorst zich heel langzaam verplaatsen en over elkaar schuiven, ontstaan er vulkanen. Soms vormt zo'n vulkaan een eiland. Vaak liggen er meerdere eilanden bij elkaar, zoals de Canarische Eilanden.
De oceanen zijn niet overal even diep. De diepte bepaalt welke dieren en planten er leven. Er leven veel dieren in de oceaan, van kleine waterkreeftjes tot walvissen. Oceanen zijn een belangrijke voedselbron voor de mens. Eeuwenlang hebben mensen zonder problemen gevist. Door de grootschalige visvangst van tegenwoordig is er op een aantal plekken overbevissing. Hierdoor kunnen sommige dieren uitsterven. Veel mensen maken zich daar zorgen over.

Op deze wereldkaart zie je duidelijk dat de aarde voor het grootste deel bedekt is met water.

Stromingen en golven

Het water van de oceanen beweegt voortdurend, in kleine en grote stromen. Er zijn golfstromen aan de oppervlakte en in de diepte van de oceanen. Zeestromen kunnen worden veroorzaakt door de wind of door eb en vloed. In een storm kunnen soms monstergolven van wel 30 meter ontstaan. Die kunnen schepen compleet verwoesten. Grote tsunami's zoals in 2004 in Azië komen gelukkig zelden voor.
Oceanen hebben een grote invloed op het weer. Ze bepalen het klimaat voor grote gebieden op aarde. In tropische gebieden bijvoorbeeld, brengt de wind het hele jaar door warme en vochtige zeelucht aan land. Daardoor regent het er regelmatig.

Het leven in de oceaan

Oceanen hebben verschillende dieptezones. In het continentaal plat is de diepte gemiddeld 130 meter. Zonnestralen kunnen hier tot op de bodem doordringen. Het water is meestal niet erg koud. Er is volop leven. Door het licht kunnen er grote hoeveelheden algen groeien. Die plantjes worden gegeten door piepkleine dieren, die voedsel zijn voor grotere vissen. En die worden op hun beurt opgegeten door nog grotere zeedieren, zoals haaien. Dieper dan 200 meter onder de zeespiegel is het schemerig en kouder. Veel dieren die hier leven, zoals inktvissen, gaan naar hogere delen op zoek naar voedsel. Potvissen duiken regelmatig naar dit schemergebied om inktvissen te vangen.
In de diepzee, die meer dan 1000 meter diep ligt, is weinig leven meer. Het is er donker en koud.

Zeedieren en vervuiling

In de oceaan leven heel grote dieren, zoals zeekoeien en walvissen. Maar er zijn ook kleine diertjes zonder skelet, zoals kwallen. De zeeanemoon is een bijzonder dier dat op een plant lijkt. Hij zuigt zich aan de bodem vast en met zijn tentakels vangt hij diertjes.
In ondiepe delen van warme oceanen vind je koraalriffen. Hier leven felgekleurde vissen en andere zeedieren, zoals zeesterren. Het koraal is gemaakt van kalk en daarom erg kwetsbaar. Het breekt snel af en kan niet goed tegen vervuild water.
Over de oceanen lopen belangrijke scheepvaartroutes. Met grote tankers wordt ruwe olie vervoerd. Bij een ongeluk met zo'n tanker stromen grote hoeveelheden olie in zee. Dieren en planten worden dan het slachtoffer.
Ook drijven op verschillende plaatsen in de oceaan eilanden van plastic afval. Dit afval komt vooral via de rivieren uit steden en fabrieken. Op de Grote Oceaan drijft een plastic 'eiland' zo groot als Frankrijk, Portugal en Spanje bij elkaar!

Rond een koraalrif leven vele duizenden soorten dieren en planten. Toeristen gaan er duiken en snorkelen.

Details en informatie

  • Titel: Oceanen
  • Auteur(s): Lonneke Snijder
  • Nummer: IC335
  • Niveau: 3
  • Siso: J 568.1