Noordhoff Uitgevers

Olie

Olie is een dikke vloeistof. Je kunt het schenken of gieten. Er zijn twee soorten olie: olie uit de grond en olie van planten. Olie die uit de grond komt heet aardolie. Van die olie wordt benzine en plastic gemaakt. Er zijn ook planten waar je olie van kunt maken, zoals zonnebloemen en olijven. Die olie gebruik je in de keuken bij het bakken of in de sla. 

Aardolie

Boortorens halen de aardolie uit de grond. Hij ziet er eerst uit als zwarte modder. Dat heet ruwe olie. De ruwe olie gaat door buizen naar een fabriek. Daar maken ze de olie schoon. Van die schone olie kunnen ze plastic maken en rubber voor de banden van een auto. We moeten zuinig zijn met aardolie. Anders raakt de voorraad in de grond op.

Plantenolie

Plantenolie halen ze uit vruchten en noten. En uit pitten en zaden. In zonnebloemolie bakken ze wel eens patat. Die olie maken ze van de pitten die in een zonnebloem zitten. En olijfolie wordt gemaakt van olijven. Daar halen ze eerst de pitten uit. Daarna malen ze de olijven tot een brij. Vervolgens gaat die brij in een machine die heel hard ronddraait. Zo wordt de olie eruit gedrukt.


Wist je dat plantenolie ook in zeep en wasmiddel zit? Met olie kun je goed schoonmaken!

Vervuiling

Je kunt olie voor veel dingen gebruiken. Dat is fijn. Maar olie kan ook zorgen voor vervuiling. Als aardolie uit een schip lekt, blijft het drijven op het water. Vissen gaan daar dood van. En vogels die onder de olie komen, kunnen niet meer vliegen. 

Details en informatie

  • Titel: Olie
  • Auteur(s): Karin van Munster
  • Nummer: 417
  • Niveau: 1
  • Siso: J643.4