Noordhoff Uitgevers

Otters en bevers

Waarschijnlijk heb je nog nooit een otter of een bever in het wild gezien. Toch wonen ze in een aantal moerasgebieden in Nederland. Maar de dieren zijn nogal schuw. Bovendien rusten ze overdag en zijn ze 's nachts actief. Otters proberen dan een prooi te vangen: een vis, kikker, rat of ander waterdier. Bevers knagen liever een boompje om en eten boombast en dunne takken. Otters en bevers zijn echte waterdieren. Dat kun je wel zien aan de zwemvliezen tussen hun tenen, hun kleine oren en hun waterdichte vacht.

Vroeger leefden er otters en bevers in alle waterrijke gebieden van ons land. Jarenlang werd er op hen gejaagd. Vooral om hun mooie, zachte vacht. Op een gegeven moment was er niet één meer over. De otters en bevers waren uitgestorven.

Weer terug in de natuur

Niet alleen de jacht zorgde voor het uitsterven. Vooral de otters hadden ook veel last van watervervuiling. Otters eten iedere dag een aantal kleine beesten. Al het gif dat deze diertjes hadden binnengekregen, kwam zo in de otters terecht. Die werden daardoor ziek en onvruchtbaar. Ze kregen steeds minder jongen.

Na 1980 kwamen er installaties om het water te zuiveren. De regering maakte ook regels voor het gebruik van gifstoffen en meststoffen. Het water in de meren en rivieren werd weer schoner.

De beheerders van natuurgebieden werkten er ook aan dat hun gebieden weer zo natuurlijk mogelijk werden. Zodat zo veel mogelijk planten en dieren zich daar thuis konden voelen. Op een gegeven moment dachten de beheerders dat een aantal gebieden ook weer geschikt was voor otters en bevers.

Dat otters en bevers weer in de Nederlandse natuurgebieden kunnen leven, bewijst dat deze gebieden weer de kwaliteit van vroeger hebben.

Er werden plannen gemaakt voor een herintroductie van deze dieren. In 1988 werden er bevers uitgezet in de Biesbosch bij Dordrecht. Ze hadden het daar goed naar hun zin. Later werden er ook bevers losgelaten in de Gelderse Poort bij Arnhem en Nijmegen en in enkele andere gebieden.

Bevers moeten altijd in paartjes worden uitgezet. Een mannetje en een vrouwtje blijven hun leven lang bij elkaar. In of vlak bij het water bouwen ze een burcht. Binnen in dat vlechtwerk van takken zit een hol, waarin hun jongen geboren worden. Bevers leven in familiegroepen. Bij gevaar waarschuwen ze elkaar door met hun grote, brede staart op het water te klappen. Ze duiken dan onder water. Daar zit ook de ingang van hun burcht, onbereikbaar voor vijanden.

Otters leven alleen. Ze zoeken elkaar alleen op om te paren. Mannetjesotters ruiken aan de poep, de spraints (zeg: spreents), van vrouwtjesotters in de buurt of ze wel of niet vruchtbaar zijn. De jongen worden kaal geboren en blijven een poos in de holt, het otterhol. Jonge otters blijven ongeveer een jaar bij hun moeder. Daarna gaan ze op pad om hun eigen territorium te zoeken.

Kleine otters spelen veel met elkaar.

De herintroductie van otters begon pas in 2002. Toen werden er otters uit Wit-Rusland naar de Weerribben gebracht, een natuurgebied in Overijssel. Otters zijn lastiger uit te zetten dan bevers. Oudere otters willen terug naar hun vroegere territorium en lopen daarom weg. Te jonge otters zijn nog niet zelfstandig genoeg. Een aantal otters heeft nu een territorium in Overijssel en Friesland gevonden. Er komen nog meer dieren uit Estland en Rusland. Hopelijk voelen de otters zich in Nederland zo thuis, dat ze ook jongen gaan krijgen.

Details en informatie

  • Titel: Otters en bevers
  • Auteur(s): Manon van Loenen
  • Nummer: IC157
  • Niveau: 3
  • Siso: J 598.93 / 598.95