Noordhoff Uitgevers

Paardrijden

Als je van dieren houdt en een leuke sport zoekt, is paardrijden misschien iets voor jou. Je kunt dan in een manege rijden of buiten door de bossen of over het strand. Maar eerst moet je rijles nemen. Dat kan al vanaf een jaar of zeven. Je leert dan hoe je een paard moet besturen. Paardrijden betekent niet alleen maar lekker op een paard zitten. Je moet het ook niet erg vinden om je handen uit de mouwen te steken, want een paard moet goed verzorgd worden. Voor een rit moet je het dier bijvoorbeeld poetsen. Dat vindt het paard fijn. En het leert je zo ook kennen. Een paard moet vers water hebben. En je moet elke week de stal uitmesten. Drollen en nat stro moeten elke dag worden opgeruimd. Een echte paardenliefhebber doet dit met liefde voor het dier.

Voor elke rit poets je je paard.

De manege

Wil je leren paardrijden, dan ga je naar een manege. Daar kun je een proefles nemen. Je moet een speciale broek en rijlaarzen aan en een cap (zeg: kep) op. Een instructeur leert je eerst hoe je moet opstijgen. Daarna laat hij je zien hoe je op het paard moet zitten en hoe je de teugels moet vasthouden. Je leert het paard te sturen door hulpen te geven. Als je wilt dat het paard sneller loopt, druk je je kuiten tegen het lijf van het paard. Wil je weer langzamer, dan ga je een beetje achterover zitten en laat je je benen los hangen.
Voor goed paardrijden moeten paard en ruiter elkaar begrijpen. Als je hulpen geeft, kan het paard jou begrijpen. Jij kunt het paard leren begrijpen door goed op zijn gedrag te letten.

Bij dressuur is het net of een paard een dans uitvoert.

Je kunt het best vanaf de voorkant schuin naar een paard toe lopen. Het ziet je dan aankomen en zal niet snel schrikken. Wat recht voor het paard staat, kan het niet goed zien. Kom je van achteren aan en schrikt het paard, dan kan het gaan trappen.

Paarden eten, slapen en rusten in een stal. Meestal heeft elk paard een eigen box. In de buurt van de manege zijn vaak weilanden waar de paarden kunnen loslopen en grazen. Er is ook een stuk grond waar een hek omheen staat. Daar kun je rijden. De paarden kunnen er niet weglopen.

In het verkeer gelden voor jou en je paard dezelfde regels als voor fietsers. Je moet op tijd richting aangeven en voorrang verlenen, waar dit nodig is. Op sommige plaatsen mag je alleen rijden als je een ruiterrijbewijs hebt. Om dat te behalen moet je een examen doen.

Er zijn ook speciale manieren van rijden, zoals dressuur. Je laat het paard dan mooie stappen en sprongetjes maken, soms op muziek.
Springen is heel spectaculair om te zien. De paarden springen hoog en ver over allerlei hindernissen, zoals palen en sloten.
Bij westernrijden gaat het erom dat het paard snel reageert. Het moet een sprint kunnen maken en heel snel kunnen draaien.
Een heel andere manier van paardrijden is mennen. Hierbij trekt het paard een wagen. Dat kan een grote wagen zijn, zoals een huifkar, maar ook een klein wagentje waar maar één persoon in kan.

Een echte cowboy doet aan westernrijden.

Details en informatie

  • Titel: Paardrijden
  • Auteur(s): Jeanet de Pee
  • Nummer: IC106
  • Niveau: 3
  • Siso: J 618.44