Noordhoff Uitgevers

Racewagens

Brullend scheuren ze over de weg: racewagens. De droom van veel jongens. En van sommige meisjes. Niet voor niets natuurlijk, want snelheid kan heel opwindend zijn. In 1887 werd de eerste officiële autorace gehouden. De winnaar reed met een gemiddelde snelheid van 24 kilometer per uur. Als je een beetje hard kon fietsen, reed je hem zo voorbij. Nu lachen we daarom. Racen, dat is plankgas vooruit. Twee-, driehonderd kilometer per uur is nog niet snel genoeg. Ben jij zo iemand die dat geweldig vindt, dan heb je waarschijnlijk ook wel eens gekart. Een kart is een klein racewagentje. Je rijdt ermee op een echte racebaan, een circuit (zeg: sirkwie). Natuurlijk ga je niet zo snel als op het circuit van Zandvoort. Maar toch voel je je een echte wedstrijdrijder. Een coureur.

Veel beroemde coureurs zijn begonnen op een kartcircuit.

Wondermachines

Heb je ooit een Grand Prix gezien op de televisie? Grand Prix betekent Grote Prijs. Het is een racewedstrijd die wordt gereden op verschillende circuits. Bijvoorbeeld in het Belgische Francorchamps en het Franse Le Mans. De coureurs krijgen punten in volgorde van aankomst. De eerste die aankomt, krijgt tien punten. De volgende zes, enzovoort. Aan het einde van het jaar worden de punten van elke coureur bij elkaar opgeteld. De coureur met het hoogste aantal punten is wereldkampioen.
Racewagens rijden wedstrijden in verschillende klassen. De formule 1-klasse is voor wagens met heel sterke motoren. Ze rijden op benzine. Op rechte stukken rijden formule 1-wagens harder dan 300 kilometer per uur. Brede banden zorgen voor een goede grip op de weg. Ook de spoilers zorgen daarvoor. Dit zijn een soort vleugels bij de voorwielen en aan de achterkant van de wagen. Ze zorgen ervoor dat de lucht makkelijk langs de wagen glijdt. En dat de wagen op de weg gedrukt wordt en niet omhoogvliegt. Hoe beter gestroomlijnd de wagen is, hoe makkelijker de lucht erlangs stroomt. En hoe sneller de wagen rijdt.

De spoilers voor en achter zorgen voor een goede stroomlijn. Ze zijn belangrijk voor de wegligging en voor de snelheid van de wagen.

De coureur speelt ook een grote rol. Hij moet gas geven, schakelen, sturen en remmen. Alles precies op het juiste moment. Dit doet hij in een kleine ruimte, de cockpit. De coureur ligt daar bijna in. Een coureur moet stalen zenuwen hebben. Als hij een fractie van een seconde te laat remt, vliegt hij uit de bocht. Eén verkeerd rukje aan het stuur en hij slaat over de kop. Je kunt je voorstellen hoe gevaarlijk het is om coureur te zijn. Aan de andere kant verdien je als goede coureur erg veel geld. Toch kan zelfs de beste rijder niet zonder hulp. Een formule 1-coureur heeft een heel team van mecaniciens. Tijdens een Grand Prix staat zo'n team klaar bij de pit. Dat is de werkplaats langs de kant van het circuit. De coureur moet er af en toe stoppen. Om te tanken en om kapotte onderdelen te vervangen. Of om banden te wisselen. De mecaniciens doen dit in enkele seconden.

Details en informatie

  • Titel: Racewagens
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: ic043
  • Niveau: 3
  • Siso: J 657.72

Audio luisteren