Noordhoff Uitgevers

Ruimtestations

Je zweeft door een kamer. Je weet niet wat boven en beneden is. Je loopt over het plafond. Met je pink geef je een zetje tegen de wand en je vliegt naar de overkant. Je laat je pen los en hij blijft hangen waar je hem losliet... Dat kan alleen maar in een ruimtestation. Daar is geen zwaartekracht die alles naar beneden trekt. Je bent er gewichtloos.
Een ruimtestation is een groot gebouw dat rond de aarde draait. Op honderden kilometers hoogte. Het is een soort werkplaats waar mensen onderzoek doen. En omdat je niet zomaar even heen en weer reist naar de aarde, wonen ze er ook. Om de zoveel tijd komt er een raket of spaceshuttle die mensen ophaalt of brengt en ook voedsel en andere spullen aflevert. Mensen die in een ruimtestation wonen, heten astronauten.

Zo gaat het internationale ruimtestation eruitzien.

In de ruimte

In 1986 lanceerden de Russen de Mir. Dit ruimtestation werd stukje voor stukje gebouwd. Er woonden in totaal meer dan honderd kosmonauten in, maar nooit meer dan drie tegelijk. De Mir was ongeveer zo groot als vijf treinwagons. In 2001 werd hij afgedankt. Hij verbrandde in de atmosfeer.
Een ruimtestation bouwen en onderhouden is erg kostbaar. Daarom besloten Rusland en Amerika samen met andere landen één groot ruimtestation te bouwen. Dit wordt het Internationale Ruimtestation genoemd. Rond 2005 moet dit station helemaal af zijn. Het is zo groot als twee Boeing 747-passagiersvliegtuigen en moet twintig tot dertig jaar gebruikt kunnen worden.

De lancering van een spaceshuttle.

In een ruimtestation worden veel proeven gedaan. Vooral met gewichtloosheid. Onderzoekers bekijken bijvoorbeeld hoe ons lichaam daarop reageert. Als je lang in een ruimtestation woont, verslappen je spieren en botten. Ook raak je je oriëntatie kwijt: je weet niet meer wat boven en wat onder is. Astronauten trainen hun spieren met strekveren en een loopband.
Je kunt in de ruimte materialen maken die je op aarde niet kunt maken. Neem bijvoorbeeld olie en water. Op aarde drijft de lichtere olie op water, maar in de gewichtloze ruimte niet. In een ruimtestation kun je veel gemakkelijker materialen mengen.
Als er in het ruimtestation iets kapotgaat, moet dat gerepareerd worden. Is er bijvoorbeeld iets mis met een zonnepaneel aan de buitenkant, dan moet een astronaut naar buiten. Dat is niet zonder gevaar. De astronaut trekt dan een speciaal ruimtepak aan waarin zuurstof zit. Ook maakt hij zich aan een kabel vast. Als hij dat niet zou doen, zou hij wegzweven. Hij kan dan niet teruggaan. Om naar buiten te gaan, moet de astronaut door een luchtsluis. Die voorkomt dat alle lucht in de ruimte verdwijnt.
Eten in een ruimtestation gaat niet vanzelf. Astronauten drinken uit een gesloten beker met een rietje. Anders zou de vloeistof als een bolletje door het ruimtestation zweven. En dat zou weer kortsluiting kunnen veroorzaken in de elektronische apparatuur. Een astronauten-wc is een soort omgebouwde stofzuiger. Een astronaut poept en plast door een klein gaatje. De poep komt in een soort centrifuge terecht. Die draait rond en slingert de poep tegen de wand. Zo wordt ruimte bespaard.

Om ruimtevaarder te worden moet je aan een universiteit hebben gestudeerd of moet je ervaring hebben als straaljagerpiloot. Als je uitgekozen bent, krijg je een paar jaar een basisopleiding. Voor de eigenlijke vlucht krijg je een speciale training. Ben je eenmaal in het ruimtestation, dan kun je genieten van het mooiste uitzicht van de wereld.

Details en informatie

  • Titel: Ruimtestations
  • Auteur(s): Mark Traa
  • Nummer: IC113
  • Niveau: 4
  • Siso: J 659.85