Noordhoff Uitgevers

Scheikunde

Op de middelbare school krijg je een spannend nieuw vak: scheikunde. Scheikunde gaat over pasta met tomatensaus, over shampoo, auto's en veel meer.
Scheikunde is een vak voor onderzoekers en uitvinders. Zij zoeken naar verklaringen voor natuurverschijnselen. Scheikunde kan heel ingewikkeld zijn, maar ook heel eenvoudig. Zo'n eenvoudig voorbeeld is: een ijzeren spijker gaat roesten als hij nat wordt. Dat komt doordat ijzer en water met elkaar reageren. Je spreekt dan van een scheikundige reactie.
Als je houdt van proefjes doen en experimenteren, dan is scheikunde echt een vak voor jou. Er zijn veel beroepen die je met scheikunde kunt gaan doen. Bijvoorbeeld bij een cosmeticabedrijf shampoos of crèmes ontwikkelen. Ook bij milieuorganisaties is er werk voor scheikundigen. Of je kunt met scheikundig onderzoek misdaden helpen oplossen.


De mooie kleuren van vuurwerk ontstaan door verhitting van stukjes metaal en zout. Vuurwerk is het gevolg van een scheikundige reactie.

Alchemie

Duizend jaar geleden had nog niemand van scheikunde gehoord. Wel waren er alchemisten die het goedkope metaal lood, probeerden te veranderen in goud. Ze vonden uit hoe je bier en wijn kunt brouwen. En hoe je zeep en medicijnen maakt. Maar goud? Dat lukte niet.
In de zestiende eeuw ontwikkelde scheikunde zich uit de alchemie. In het begin gooiden scheikundigen wat stoffen bij elkaar en keken wat er gebeurde. Aan het eind van de achttiende eeuw gingen ze beter meten en wegen. Toen kwam de scheikunde tot bloei.

Klein, kleiner, kleinst

In de scheikunde werk je met materie. Materie is alles wat ruimte nodig heeft en gewicht heeft. Dat kan ijzer zijn, maar ook lucht of water. Materie kan hard zijn, zoals een fiets. Of vloeibaar, zoals limonade. Materie kan groot en dik zijn. Of zo klein dat je het alleen ziet onder een microscoop. Alle materie bestaat uit moleculen. Maar er bestaat niet zoiets als een limonademolecuul. In limonade vind je suikermoleculen en watermoleculen. Als je moleculen stuk maakt, vallen ze uiteen in atomen. Atomen zijn zo klein dat je ze alleen met speciale microscopen kunt zien.
Als verschillende atomen een verbinding met elkaar aan gaan, zetten de atomen zich stevig aan elkaar vast en kun je ze niet zomaar uit elkaar halen. Bij een mengsel is dat anders. Denk maar aan zwart en wit zand. Als je die in een potje mengt, blijft je altijd zwarte en witte puntjes zien. Zij gaan geen verbinding met elkaar aan.

Plastic

Aan het begin van de twintigste eeuw ontdekken scheikundigen hoe je aardolie verandert in plastic. Plastic is een geweldig materiaal. Je kunt er surfplanken en speelgoed mee maken en huizen mee bouwen. Maar het is ook slecht voor het milieu, omdat het niet vergaat. Weggegooid plastic valt uiteen in kleine stukjes. Dieren eten het soms, maar kunnen het niet verteren. Daardoor gaan ze dood.
Plastic is bijna onmisbaar gevonden. Scheikundigen zochten een oplossing voor het afvalprobleem. Nu wordt veel plastic hergebruikt. Bijvoorbeeld in fleece truien. Een Japanner bedacht een machine om plastic afval te veranderen in olie. Die olie is een goede brandstof. En plastic is dan geen afval meer, maar een kostbare grondstof.


De moleculen van olie en water gaan geen verbinding met elkaar aan. Na een poosje drijft de olie weer op het water. Maar voeg je eigeel toe, dan verbinden olie- en watermoleculen zich tot een nieuwe stof: mayonaise.


Dit is een samenvatting van Informatieboekje 380 Scheikunde.

Details en informatie

  • Titel: Scheikunde
  • Auteur(s): Heleen Schoone
  • Nummer: IC380
  • Niveau: 5
  • Siso: J 541