Noordhoff Uitgevers

Supermarkt

Waar je in Nederland ook woont, er is altijd een supermarkt in de buurt. Er zijn bijna vijfduizend van die grote winkels in ons land. Je kunt er van alles kopen, zoals groente, vlees, fruit, brood en andere levens-middelen. Supermarkten verkopen van alles voor dagelijks gebruikt. Ook dingen die je niet kunt eten, zoals zeep, boterham-zakjes en waspoeder. Sommige supermarkten vind je door het hele land, zoals Albert Heijn en C1000. Andere supermarkten zijn regionaal. Je vindt ze alleen in een bepaald gedeelte van Nederland. Heeft een supermarkt meerdere winkels, dan noem je dat een keten.

Kruidenier

In 1955 kwamen de eerste supermarkten in Nederland. Daarvoor deden de mensen hun boodschappen bij verschillende kleine winkels. Ze haalden brood bij de bakker, vlees bij de slager, en groente en fruit bij de groenteboer. Bij de kruidenier kochten ze suiker, bonen, rijst, snoep en andere dingen. De kruidenier had al die spullen in grote zakken en blikken achter zijn toonbank. Mensen vertelden hoeveel ze van iets nodig hadden. Dan woog de kruidenier het af en deed het in een zakje. De mensen konden dus niets zelf pakken. De kruidenier was een bedienings-winkel. Een supermarkt is een zelfbedieningswinkel: je pakt zelf wat je nodig hebt en rekent dat bij de kassa af.

 










Vroeger kochten mensen hun spullen bij de kruidenier. Die woog alles voor je af en pakte alles in.

In de supermarkt is goed nagedacht over de plek waar de spullen staan. Groente en fruit bij de ingang, omdat ze er mooi en gezond uitzien. De klanten vinden dat een prettig gezicht. Verder staan spullen die bij elkaar horen meestal bij elkaar. Broodbeleg bij het brood. Koffie bij koekjes. En chips bij de cola. De producten staan ook niet zomaar op de schappen. Dure merken staan op ooghoogte, voor goedkopere merken moet je bukken. Als je eenmaal de weg weet in een supermarkt, kun je snel vinden wat je zoekt. Want alles heeft een vaste plek. Toch verandert de indeling wel eens. Dan gaan klanten zoeken, en komen ze nieuwe dingen tegen die ze misschien kopen.










In een supermarkt kun je kiezen uit 12 duizend tot 15 duizend verschillende producten.

Een supermarkt wil veel spullen aan veel klanten verkopen. Daarvoor gebruiken ze vaak slimme trucs. Zo is een boodschappen-wagen een enorm groot ding. Er past veel meer in dan je eigenlijk nodig hebt. Je hoort rustige muziek, waardoor je langzaam loopt. Hoe langzamer je loopt, hoe meer spullen je ziet. In veel supermarkten is een bakkers-afdeling. De geur van vers gebakken brood zorgt dat er veel verkocht wordt. En dan zijn er nog spaar-acties. Als je zegeltjes spaart, ga je steeds naar dezelfde supermarkt. Soms krijg je ook leuke dingen bij de boodschappen, zoals smurfen, knikkers of voetbal-plaatjes.

Details en informatie

  • Titel: Supermarkt
  • Auteur(s): Isabelle de Ridder
  • Nummer: JC213
  • Niveau: 1
  • Siso: J 372.6