Noordhoff Uitgevers

Tennis

In Nederland is tennis op voetbal na de meest beoefende sport. Tennis is ontstaan uit de middeleeuwse balsport kaatsen. Die wordt in Friesland nog steeds gespeeld. Na 1600 gebruikten de spelers steeds vaker een racket om de bal te slaan. Ze gingen toen ook een net gebruiken. Zo ontstond een nieuwe sport: tennis. De naam komt van het Franse woord 'tenez'. Dat betekent: 'daar komt-ie'. Veel spelers riepen 'tenez' bij het opslaan van de bal. Na 1875 werd tennis in Engeland een serieuze sport met kampioenschappen. In die tijd zijn de spelregels op papier gezet. Die regels gelden nu nog steeds.
In 1885 werd in Haarlem de eerste Nederlandse tennisvereniging opgericht. Net als in Engeland werd er alleen nog maar op gras gespeeld. In 1899 werd de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) opgericht. Ruim 750 duizend mensen zijn daar nu lid van.

Jong geleerd is oud nog steeds gedaan. Tennis is namelijk een sport voor alle leeftijden.

Racket en ballen

Bij tennis heb je een racket nodig en een tennisbal. Een tennisbal bestaat uit een rubberen laag die is bedekt met een mengsel van wol en kunstvezels.Tennisrackets zijn van kunststof. Ze zijn bespannen met snaren van kunstvezels. Die snaren zijn over elkaar heen geweven. De meeste spelers houden hun racket met één hand vast. Dat is voor veel kinderen nog te zwaar. Zij gebruiken twee handen. Met die dubbelhandige slag kunnen ze de ballen krachtiger slaan. Dat kan op allerlei manieren. Op al die slagen moet je trainen. Je hebt bij tennis een forehand en een backhand. Met je forehand sla je met uitgestrekte arm, terwijl de palm van je hand, de voorkant, naar de bal is gericht. Speel je met je backhand, dan is de rug of achterkant van je hand naar de bal gericht.
Een tennisbaan is meestal bedekt met fijngemalen roodbruine steentjes: gravel. Er zijn ook banen van gras, asfalt of beton. Een tennisbaan heeft zowel links als rechts twee zijlijnen. Bij enkelspel (één tegen één) geldt de binnenste zijlijn. Een bal die over de binnenste zijlijn gaat, is dan uit. Bij dubbelspel (twee tegen twee) gelden de buitenste zijlijnen. De achterlijn van een baanhelft is de lijn van waarachter je de bal moet opslaan of serveren.

Een goede opslag of service kan je veel punten opleveren. Met een ace (zeg: ees) scoor je direct met je opslag.

De puntentelling lijkt heel lastig, als je de regels nog niet kent. Want je telt niet '1, 2, 3', maar '15, 30, 40'. Die aparte puntentelling stamt nog uit de Middeleeuwen.
Je moet bij een tenniswedstrijd zoveel mogelijk games zien te winnen. De speler die als eerste zes games heeft gewonnen, wint de set.

Speel je tennis als hobby of voor je lol, dan ben je een amateur. Mensen die tennissen om daar geld mee te verdienen, worden profs genoemd. Aan Wimbledon, een belangrijk toernooi in Londen, mogen alleen tennissers meedoen die hoog op de wereldranglijst van de Internationale Tennis Federatie staan. Een speler die bijvoorbeeld op plaats 360 staat, heeft weinig kans.
Om prof te kunnen worden, moet je veel talent hebben. Een tennistalent moet alles voor zijn sport over hebben. Dus elke dag trainen, gezond eten en vroeg naar bed gaan. Ouders van talenten zijn soms erg fanatiek. Ze doen er alles aan om hun kind de top te laten halen. Sommige ouders verhuizen zelfs naar de Verenigde Staten. Want daar kan hun zoon of dochter kiezen uit de beste tennisscholen. Toptennissers zijn wereldberoemd en verdienen veel geld.

Om de tennistop te halen, moet je talent hebben en jarenlang keihard werken. Maar... dan kun je zo veel geld verdienen dat je rond je dertigste kunt stoppen.

Details en informatie

  • Titel: Tennis
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: IC140
  • Niveau: 3
  • Siso: J 619.61