Noordhoff Uitgevers

Thermometers

Met een thermometer meet je de warmte. Het woord komt van het Griekse woord 'thermos'. Dat betekent: warm. Denk maar aan een thermosfles. Dat is een fles om koffie of thee in warm te houden. Je vindt thermometers op veel verschillende plaatsen. Een thermometer wordt overal gebruikt waar het belangrijk is de temperatuur van iets te weten. Bijvoorbeeld van het water in een zwembad. Of van de lucht in een oven. Of van je eigen lichaam, om te weten of je koorts hebt.
In veel thermometers zit een vloeistof. Daarom heten ze vloeistofthermometers. De vloeistof zit in een dunne glazen buis met onderin een bolletje. Dat bolletje heet reservoir (zeg: reezurvaar). Het is een soort opslagruimte voor de vloeistof. De vloeistof zet uit als hij warmer wordt en krimpt in als hij kouder wordt. Aan de bovenkant is de buis dichtgesmolten. Anders zou de thermometer minder goed werken.

Vroeger werd vaak kwik gebruikt als vloeistof in thermometers. Maar dit vloeibare metaal is erg giftig en slecht voor het milieu. In de meeste thermometers wordt tegenwoordig alcohol gebruikt.

Zo meet je de temperatuur

Een thermometer werkt met vloeistof. Omdat de vloeistof uitzet als het warmer wordt, kruipt het omhoog in de glazen buis. Hoe hoger de vloeistof komt, hoe warmer het is. Om precies te weten hoe warm het is, is een schaalverdeling nodig. Dat is een lijn met streepjes en getallen, bijvoorbeeld van 0 tot 100. Bij een thermometer noemen we die streepjes graden. De getallen geven een bepaalde waarde aan. Je zegt dan bijvoorbeeld: het is 23 graden.
De meest gebruikte schaalverdeling in ons land is die van Celsius. Meneer Anders Celsius was een Zweedse natuurkundige. Hij leefde van 1701 tot 1744. Hij koos als nulpunt de temperatuur waarop water begint te koken. Een nulpunt is een punt van waaruit je begint te tellen. Het punt waarbij ijs smelt, noemde Celsius 100 graden. Het verschil tussen deze twee punten verdeelde hij in 100 gelijke stukjes: de graden. Later draaiden de mensen de twee punten om. Zo ontstond de schaal die wij nog steeds gebruiken. Bij 0 graden Celsius smelt ijs en bij 100 graden Celsius kookt water.
Naast de schaal van Celsius kennen we de schaal van Fahrenheit. Deze wordt onder andere gebruikt in de Verenigde Staten. Meneer Fahrenheit koos als nulpunt de laagste temperatuur die hij kende. De temperatuur van het menselijk lichaam stelde hij op 96 graden. Wil je omrekenen van Fahrenheit naar Celcius? Trek dan van de temperatuur in Fahrenheit 32 graden af. Deel het resultaat door 9. En vermenigvuldig de uitkomst met 5.

Veel thermometers geven de schaalverdeling van Celsius én van Fahrenheit aan.

Sommige thermometers zijn alleen geschikt voor bepaalde temperaturen. Zo meet een koortsthermometer de temperatuur van je lichaam. Die is nooit lager dan 34 graden Celsius en nooit hoger dan 45 graden Celsius. Anders ben je namelijk dood. Je kunt met een koortsthermometer dus niet meten of er een Elfstedentocht te verwachten is.
Verder worden er steeds meer elektrische thermometers gebruikt. Deze werken met sensoren, apparaatjes die warmte kunnen voelen.
Een nog nieuwere uitvinding is de oorthermometer. Deze weet in één seconde hoe warm je lichaam is. Hoe dat kan? Ergens in je oor zit het trommelvlies. Dit trommelvlies geeft warmte af. Een lens in de thermometer 'leest' als het ware die warmtestralen.

Details en informatie

  • Titel: Thermometers
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: ic051
  • Niveau: 4
  • Siso: J 534