Noordhoff Uitgevers

Van kompas tot GPS

Sinds er mensen op aarde zijn, hebben ze geprobeerd de weg te vinden. Een kompas of GPS bestonden nog niet. Wel hebben mensen eeuwenlang nagedacht over een manier om te bepalen waar ze zich bevonden. En hoe je naar een andere plaats komen.
Zo zijn er behalve het kompas allerlei instrumenten uitgevonden, zoals het astrolabium. Het werd rond 400 na Christus uitgevonden en het was eeuwenlang het belangrijkste hulpmiddel om op zee de route te bepalen.
Al vanaf 800 bestonden er zeekaarten. Tegen het eind van de zestiende eeuw werden er landkaarten gemaakt. Ook de zeekaarten werden steeds beter.
Eind negentiende eeuw ontdekte de Duitse natuurkundige Heinrich Hertz de radiogolven. Deze uitvinding was ook handig voor de scheep- en luchtvaart.
Nu zijn grote delen van de wereld zo ingericht, dat je makkelijk de weg kunt vinden met navigatie


Een kompas wekt met een magnetische naald die altijd naar het noorden wijst. Dit kompas werkt met GPS.

Reizen over land en zee

Lang waren er in Nederland alleen paden, waarover mensen van het ene dorp naar het andere liepen. De Romeinen veroverden een groot deel van Europa, waaronder Nederland, en zij legden door hun hele rijk wegen aan. Zij volgden altijd de kortste route. Ook over zee reizen mensen al eeuwenlang. De eerste zeevaarders bleven dicht bij de kust. Later gebruikten ze de stand van de zon en de sterren om de vaarrichting te bepalen. Vooral de Poolster op het noordelijk halfrond was een belangrijk herkenningspunt. Deze heldere ster staat altijd op een vast punt. Door de uitvinding van het astrolabium wisten de zeelui op welke breedtegraad ze zich bevonden.
De uitvinding van het kompas was een enorme stap vooruit. Dit instrument werkt met een magnetische naald. Uit zichzelf wijst de naald altijd naar het noorden. Zeelui konden hiermee in een rechte lijn varen, zelfs zonder zon en sterren.
Toen aan het eind van de zestiende eeuw het beroep van kaartenmaker ontstond, werden er landkaarten en zeekaarten gemaakt. In die tijd werd er veel handel gedreven, niet alleen over land, maar vooral ook over zee. De zeekaarten gaven informatie over waterdiepte, zeestromingen, getijden en gevaarlijke plekken. Met behulp van het kompas zette de stuurman de koers uit op zulke zeekaarten.


De lengte- en breedtegraden heten zo, omdat ze in graden verdeeld zijn. Elke graad bestaat net als een uur uit 60 minuten, elke minuut uit 60 seconden. Als je de lengtegraad en de breedtegraad kent, heb je de geografische coördinaten. Je weet dan heel precies waar op aarde je bent.

Preciezer meten

In 1730 werd het sextant uitgevonden. Dit instrument was voor de scheepvaart zeker zo belangrijk als het kompas. Net als het astrolabium meet de sextant de hoek tussen horizon en zon. Alleen is de sextant veel preciezer. Maar met een sextant wisten de zeelui nog steeds niet op welke lengtegraad ze zich bevonden. Dat probleem werd opgelost door de uitvinding van de chromometer
Met de ontdekking van radiogolven, kon men over grote afstanden signalen versturen via een antenne. Als de stuurman van een schip signalen ontving van twee of meer antennes, kon hij daaruit zijn positie bepalen.
Ook GPS (Global Positioning System) werkt met radiogolven. Die vang je op met bijvoorbeeld een horloge, smartphone of tablet. Om de aarde draaien 32 satellieten of kunstmanen die signalen afgeven. Je moet van minimaal 4 of 5 satellieten het signaal opvangen om je positie nauwkeurig te kunnen bepalen. 
GPS is niet alleen handig voor onderweg, de mogelijkheden zijn eindeloos. Je hoeft bijvoorbeeld je hond of kat niet meer kwijt te raken. Dankzij een speciale halsband spoor je het dier zo weer op.

 

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 72 Van kompas tot GPS.

Details en informatie

  • Titel: Van kompas tot GPS
  • Auteur(s): Tanja Veenstra
  • Nummer: 72
  • Niveau: 3
  • Siso: J 519