Noordhoff Uitgevers

Vechtsporten

Soms zie je in een film een spannend karate-gevecht of kung fu-gevecht. Dat soort gevechten zijn stoer. En mooi om naar te kijken. Maar het is ook leuk om zelf te doen. In Nederland zijn er meer dan 40 duizend kinderen die een of andere vechtsport beoefenen. Soms doen ze dat omdat ze gepest worden. Door een vechtsport krijg je meer zelfvertrouwen. Je voelt je flinker en sterker. Maar voor vechtersbazen zijn vechtsporten ook goed. Want je leert er jezelf beheersen. De meeste vechtsporten zijn al lang geleden ontstaan. De meeste in Oost-Aziatische landen als China en Japan. Het belangrijkste doel van de meeste vechtsporten is niet het winnen, maar een zelfverzekerd en evenwichtig mens worden.

De oosterse weg

Een zelfverzekerd en evenwichtig mens word je niet zomaar. Om dat doel te bereiken moet je een weg afleggen. Je moet goed je best doen: veel trainen en doorzetten. In China noemen ze die weg tao, in Japan do. Het woord 'do' zie je terug in namen van vechtsporten. Taekwondo betekent weg van het schoppen en het slaan. Judo betekent 'zachte weg'. De dojo is in Japan de trainingszaal. Het betekent 'plaats van de weg'.
Vechtsport leer je niet uit een boekje. Je moet ervoor trainen bij een goede leraar. Er zijn strenge regels waaraan je je moet houden. Eén van de belangrijkste regels is dat je respect moet hebben en tonen voor je leraar en voor je tegenstander. Daarom begint iedere training en ieder gevecht met een groet.

Bij judo gebruik je vaak de kracht van je tegenstander. Met duw- en trek-technieken haal je je tegenstander uit zijn evenwicht.

Er zijn honderden verschillende vechtsporten. Bij de meeste gebruik je alleen je lichaam. Een goed getraind lichaam is een sterk wapen en je hebt het altijd bij je. Eén van de bekendste Japanse vechtsporten, karate, betekent dan ook 'lege hand'.
Vechtsporten waarbij je wel een wapen gebruikt zijn kendo, dat is Japans zwaardvechten, en schermen. De vechttechnieken van kendo en schermen zijn eeuwenoud en stammen uit de tijd van de ridders. Samoerai heetten die in Japan. Bij kendo gebruik je nu een lange stok van bamboe in plaats van een zwaard. En bij schermen een lange, buigzame steekpin met een stompe punt. Er moeten immers geen doden of gewonden vallen!

Kendo is geen gevaarlijke sport, maar je kunt er wel een gevecht op leven en dood mee na doen.

Als je een vechtsport beoefent, draag je speciale kleren. Bij judo en karate is dat een wijd jasje en een broek. Het jasje wordt dichtgehouden door een gekleurde band. Hoe donkerder de kleur van de band, hoe beter je in die sport bent. Bij wedstrijden dragen de karateka's niet hun eigen banden. De ene heeft een witte, de andere een gekleurde band. Zo kan de scheidsrechter de tegenstanders uit elkaar houden.
Eigenlijk horen bij vechtsporten geen wedstrijden. Want winnen is bij oosterse sporten niet belangrijk. En vechtsporten zijn meestal verdedigings-sporten. Toch worden er tegenwoordig vaak wedstrijden gehouden, want de sporters vinden het leuk om te laten zien wat ze kunnen. Ook op de Olympische Spelen zijn er wedstrijden in de vechtsporten schermen, judo, worstelen en taekwondo.

Details en informatie

  • Titel: Vechtsporten
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC146
  • Niveau: 3
  • Siso: J 618.8