Noordhoff Uitgevers

Wolven

Wolven zijn de voorouders van de honden. Honden stammen dus af van wolven. Daarom lijken ze veel op elkaar. Maar wolven hebben een spitsere snuit en goudgele ogen. En de staart van een wolf hangt naar beneden, terwijl die van een hond vaak omhoog wijst. Wolven zijn zwart, bruingrijs, bruingeel of wit. Dat ligt aan de streek waarin ze wonen. Alle wolven zijn sterk. Ze hebben vooral sterke poten. Ze kunnen wel zestig kilometer per uur lopen. Ze kunnen ook goed zwemmen en klimmen. Allemaal heel handig als ze een prooi achterna zitten. Ook hun zintuigen zijn goed ontwikkeld. Wolven kunnen prima zien en ruiken.

Leven in een groep

Wolven leven met elkaar in een groep. Zo'n groep heet roedel of pak. Een roedel bestaat uit een vader, een moeder en de welpen die jonger dan twee jaar zijn. Een aantal 'wolvengezinnen' kunnen samen weer een grotere roedel vormen. De mannetjes in de groep gaan samen jagen. Wolven eten graag vlees, maar ze lusten ook vruchten en gras. En als het moet, eten ze wekenlang niets.
In een roedel is een vaste rangorde. Niet alle wolven tellen evenveel mee. De leider van de groep is belangrijker dan een welp. Als de jongetjes-welpen later groot zijn, kunnen ze zelf een roedel vormen met een vrouwtje en hun jongen.

Een roedel bestaat uit 6 tot 24 wolven die samenleven.

In januari is het paartijd. Een paar maanden later worden de jonge wolfjes geboren. Het is dan lente en al lekker warm. Er is genoeg eten te vinden. Als ze geboren worden, kunnen de jongen nog niet zien, horen of staan. Ze blijven in het hol, dicht bij hun moeder. Na twee weken gaan hun oogjes open. De eerste twee maanden drinken de jongen melk bij hun moeder. Welpen zijn erg kwetsbaar. Ze vormen een lekker hapje voor roofdieren, zoals beren en arenden. Niet alle wolven bouwen een hol onder de grond. Welpen die in een nest tussen lang gras worden geboren, lopen veel meer gevaar. Ze overleven lang niet altijd.

Een pasgeboren wolfje is zo groot als een grapefruit.

Er zijn twee belangrijke soorten wolven, de grijze wolf en de rode wolf. De grijze wolf is de wolf die je meestal op plaatjes ziet. De rode wolf is zeldzaam en bijna uitgestorven. Hij leeft nog in Amerika en wordt daar gefokt voor dierentuinen en natuurreservaten. In een reservaat hebben dieren veel leefruimte. Er zijn nog meer soorten wolven, bijvoorbeeld de manenwolf en de woestijnwolf. Vroeger leefden er overal in de wereld wolven. Ook in Nederland. Nu zijn ze bijna overal uitgestorven. Dat is vooral de schuld van de mensen. Die jaagden op wolven, omdat ze ze geen nuttige beesten vonden. Toch zijn ze dat wel. Wolven eten oude en zieke dieren op. Zo zijn ze in de natuur steeds aan het 'opruimen'.

Wolven zijn gevaarlijke dieren. Ze spelen in verhalen vaak de 'slechterik'.

Details en informatie

  • Titel: Wolven
  • Auteur(s): Heidi Vijverberg
  • Nummer: JC122
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.95