Noordhoff Uitgevers

Zien

Zien doe je op de eerste plaats met je ogen. Elke oogbol zit met zes spieren aan de oogkas vast. Die spieren laten je ogen alle kanten op bewegen. De oogleden en wimpers zorgen ervoor dat er geen stof en vuil in je ogen komt. Het traanvocht voorkomt dat het oog uitdroogt. 
De voorkant van je oog wordt beschermd door het hoornvlies. Daarachter ligt de iris, het gekleurde rondje, ook wel het regenboogvlies genoemd. De pupil is het zwarte gaatje in het midden van de iris. De iris regelt de hoeveelheid licht die in je oog valt. Bij fel licht wordt de pupil kleiner. Bij weinig licht wordt de pupil groter. 

Doorsnede van een oog. De gele vlek is het gebied waarmee je scherp ziet. De blinde vlek is een gebied waar geen zintuigcellen zijn. Daar zie je dus niet mee, maar dat heb je nooit in de gaten.

Lichtgevoelig

Licht valt door de lens op de binnenkant van je oog. Daar komt het terecht op het netvlies. Deze laag zit vol met miljoenen lichtgevoelige zintuigcellen. Die vangen al het licht op dat door de pupil naar binnen komt. Vervolgens sturen ze het in de vorm van piepkleine elektrische stroompjes door naar de hersenen. 
Het netvlies bestaat uit ongeveer zes miljoen piepkleine kegeltjes en honderdtwintig miljoen staafjes. De kegeltjes zitten overal op het netvlies, maar op één plek zitten ze heel dicht op elkaar. Die plek heet de gele vlek. Als er genoeg licht is, kun je met de kegeltjes kleuren zien van voorwerpen recht voor je. ’s Avonds en ‘s nachts heb je niets aan de kegeltjes, omdat er geen licht is. Dan komen de staafjes in actie. Die kunnen zwart, wit en grijs waarnemen, maar ze zijn niet goed in details. 
 

Je ogen zien lijnen en vormen, je hersenen herinneren zich dat ze eerder zoiets hebben gezien en vullen het plaatje verder in: links een driehoek en rechts een bol. Klopt dat? Nee, want de lijnen lopen niet door. Dit noem je een optische illusie.

Heb jij een bril nodig?

Als je met twee ogen kijkt ziet het linkeroog een iets ander plaatje dan het rechteroog. De hersenen maken er één afbeelding van. Je ziet lengte, breedte en diepte, ook wel 3D genoemd. Daardoor kun je goed afstanden schatten. 
Als je de woorden en plaatjes in een boek niet scherp ziet, maar teksten op het schoolbord wel, ben je verziend. Zie je woorden op het bord wazig, maar kun je gemakkelijk boeken lezen, dan ben je bijziend

Details en informatie

  • Titel: Zien
  • Auteur(s): Heleen Schoone
  • Nummer: 82
  • Niveau: 4
  • Siso: J 415.2