Noordhoff Uitgevers

Zo word je piloot

Als je piloot wilt worden, moet je geen heimwee hebben. Een piloot is namelijk vaak lang van huis. Een vlucht van Amsterdam naar Johannesburg in Zuid-Afrika duurt bijvoorbeeld ruim tien uur. De piloot overnacht daar in een hotel, en vliegt de volgende dag verder. Terug naar Amsterdam, of eerst naar een heel andere bestemming. Er zijn altijd twee piloten aan boord. Als een vlucht langer dan veertien uur duurt, gaat er zelfs een derde mee. Dan wisselen ze elkaar af. Wie niet aan de stuurknuppel zit, kan even slapen. Voor de bemanning zijn bedden in het plafond gebouwd.

Een piloot met zijn bemanning op weg naar zijn vliegtuig.

Naar school

Wie piloot wil worden, moet naar een vliegschool. Er is er één in Beek in Limburg: de Nationale Luchtvaartschool. De KLM leidt zelf piloten op aan de KLM Flight Academy. Voordat je op zo'n school mag komen, word je uitgebreid getest. Je moet goede ogen en oren hebben. Je Engels moet perfect zijn en je moet kerngezond zijn. Als je steeds misselijk wordt als je vliegt, kun je beter een ander beroep kiezen. De opleiding voor piloot kost meer dan 100 duizend euro. Het zou zonde zijn als je halverwege moet stoppen.

Vanuit de cockpit heeft de piloot een goed uitzicht.

Wie eenmaal piloot is, kan niet zomaar in een vliegtuig stappen en vertrekken. Elke vlucht moet goed worden voorbereid. De piloot en zijn crew (zeg: kroew) bekijken de gegevens in een vergadering of briefing. Waar gaat de vlucht heen? Wat is de route? Waar bestaat de vracht uit? Ze maken op basis van al die gegevens een vluchtplan. Het plan moet worden goedgekeurd door de verkeersleiding. Als dat gebeurd is, kan het vliegtuig vertrekken. De piloten controleren in de cockpit alle instrumenten. Dat doen ze met een checklist. Zo weten ze zeker dat ze niets vergeten.

Het verkeer in de lucht wordt in de gaten gehouden door de verkeersleiding. De verkeersleiders zitten in de verkeerstoren. Van daaruit kunnen ze de start- en landingsbanen in de gaten houden. Verkeersleiders communiceren met de piloten. Dat gebeurt in het Engels. Er zijn regels voor vliegtuigen. Tussen twee vliegtuigen die in elkaars buurt vliegen, moet driehonderd meter hoogteverschil zijn. Als vliegtuigen even hoog vliegen, moet er vijftien kilometer afstand tussen de twee toestellen zitten. Met ingewikkelde apparatuur houdt de verkeersleiding een vliegtuig tijdens de hele vlucht in de gaten. Elk vliegtuig heeft een transponder, een apparaat dat gegevens uitzendt. Die gegevens kan de verkeersleiding opvangen op radarschermen.

Details en informatie

  • Titel: Zo word je piloot
  • Auteur(s): Ferdinand Pronk
  • Nummer: IC184
  • Niveau: 3
  • Siso: J 659.41