Noordhoff Uitgevers

Zoogdieren

Bijna overal op de wereld leven zoogdieren. Van de hete woestijn tot in de diepe oceanen en ijskoude poolgebieden. Er bestaan meer dan 4000 soorten.
Zoogdieren voeden hun jongen met melk. Die wordt in de borsten van het moederdier gemaakt. De jonge diertjes zuigen de melk via de tepels uit de borsten. De melk bevat alle stoffen die nodig zijn om goed te groeien. Bij sommige dieren is de zoogtijd kort. Bijvoorbeeld anderhalve week bij een dwergmuis. Terwijl een Afrikaanse olifant wel vier jaar bij zijn moeder drinkt.
Bijna alle zoogdieren hebben haren die hen tegen de kou beschermen. Meestal zijn die haren zacht. Maar bij sommige dieren zijn ze heel hard. Denk maar aan een stekelvarken.
Bij zoogdieren komen veel intelligente soorten voor. Zoals dolfijnen en walvissen. Omdat ratten erg slim zijn, doen wetenschappers er graag intelligentieproeven mee. En de allerslimste 'zoogdieren' zijn mensen.

Jonge zoogdieren spelen graag. Zo leren ze voor later, bijvoorbeeld hoe ze een prooi moeten vangen.

Heel veel soorten

Bij zoogdieren groeien de jonge dieren ín de moeder. Als het jong groot genoeg is, wordt het geboren. Sommige dieren krijgen één jong. Bij andere dieren komen enkele broertjes en zusjes tegelijk. In de buik van de moeder zijn de jongen goed beschermd tegen roofdieren en tegen de kou. Bij buideldieren wordt het jong al heel vroeg geboren. Het is dan nog blind en heel klein. Daarom blijft het nog lang in de veilige buidel van de moeder zitten om flink te groeien. In de buidel zitten ook de tepels.
Zoogdieren zijn er van heel klein tot heel groot. Het grootste zoogdier is de blauwe vinvis. Het is een walvissoort. De naam is verwarrend, want het is een zoogdier. Een volwassen blauwe vinvis is ongeveer 30 meter lang en weegt net zoveel als 3000 mensenkinderen samen. Walvissen zijn aangepast aan het water. Ze hebben geen haren, maar een gladde huid. Ook hebben ze geen kieuwen. Walvissen moeten ademhalen met hun longen. Daarom komen ze af en toe boven het wateroppervlak om hun longen vol lucht te zuigen.

Zoogdieren zijn verdeeld in verschillende groepen. Bij welke groep een dier hoort, hangt onder andere af van wat het eet. Soms zie je het ook aan het uiterlijk. Insecteneters, zoals mollen of spitsmuizen, hebben een spitse snuit waarmee ze goed kunnen ruiken.
Knaagdieren eten zaden, wortels of vruchten. Met hun scherpe tanden knagen ze de hardste noten stuk. Vleeseters vormen een heel andere groep zoogdieren. Het zijn hond- en katachtige dieren. Hun lichaamsbouw is aangepast aan de jacht. Ze kunnen het snelst rennen van alle dieren. En dat is nodig om een prooi te kunnen vangen. Meestal jagen ze op planteneters, zoals geiten of zebra's. De zoogdieren die planten én vlees eten, zijn de alleseters. Het bekendste voorbeeld is het varken. Dat eet alles op wat het tegenkomt.

Veel dieren leven samen in groepen. Ook zoogdieren zijn groepsdieren. In een groep ben je beter beschermd tegen vijanden. Sommige dieren gaan ook samen op jacht. Samen hebben ze meer succes dan alleen. Zoogdieren die op een bijzondere manier samenleven, zijn bijvoorbeeld herten of zebra's. Bij deze dieren heeft één mannetje meerdere vrouwtjes. Het mannetje is de leider. Bij gevaar beschermt hij zijn vrouwtjes en hun jongen.

Bij Afrikaanse olifanten zijn de vrouwtjes sámen de baas. Zij hebben geen mannetje nodig om hen en hun jongen te beschermen.

Details en informatie

  • Titel: Zoogdieren
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: IC255
  • Niveau: 3
  • Siso: J 598.9